De methode van Alfred en Maria Kniess werd ontwikkeld in de jaren 70 van de vorige eeuw. Het is een vorm van creatieve en ritmische gymnastiek die gericht is op het systematisch zoeken naar nieuwe soorten en vormen van beweging. De basiscomponenten van deze methode zijn: beweging, ritme, muziek en verschillende soorten hulpmiddelen.
Wat is het belangrijkste in de gymnastiek volgens A. M. Kniess?
In deze methode spelen aangename ervaringen, een goed gevoel en de vreugde die uit beweging kan worden gehaald een zeer belangrijke rol. Tijdens de uitvoering worden ritmische bewegingen en muziek tot een harmonisch geheel verbonden. Er ontstaat daardoor een terugkoppelingsproces tussen de genoemde factoren, waarbij elk element invloed heeft op het andere en de frequentie, snelheid en intensiteit van de beweging reguleert.
De volgende factor (naast ritme, beweging en muziek) zijn esthetisch gemaakte hulpmiddelen die worden gebruikt tijdens de oefeningen (bijv. rammelaars, linten aan stokjes, sensorische balletjes, belletjes die aan de vingers worden gedragen). Deze nemen op gelijke wijze deel aan het gehele proces. Net als muziek, bewegingsdemonstratie of begeleiding stimuleren ze en roepen ze specifieke (gewenste) motorische reacties op.

De basis van de lessen die met deze methode worden uitgevoerd, is het imiteren van de bewegingen van de docent. Deze moeten in een ritmisch tempo en op ritmische muziek worden uitgevoerd. De begeleider toont niet alleen de bewegingen, maar oefent zelf ook mee. Wanneer het kind meer zelfvertrouwen krijgt in zijn bewegingen, kan de docent meer vrijheid geven. De persoon die deze lessen leidt, leert ook van de deelnemers.

In ritmische gymnastiek komt veel improvisatie voor, het individueel “lezen” van ritme en muziek en het creatief gebruiken van beschikbare materialen. Kinderen voeren oefeningen uit in verschillende ritmes en posities, wat effectief tegemoetkomt aan hun natuurlijke bewegingsbehoefte.

Het belang van hulpmiddelen
Een zeer belangrijk onderdeel van deze methode zijn zorgvuldig gekozen hulpmiddelen. Kenmerkend is dat tijdens de oefeningen vaak twee hulpmiddelen tegelijk door één persoon worden gebruikt. De meest gebruikte zijn:
- rammelaars
- gymstokken
- trommels
- belletjes
- sensorische matten
- sensorische ballen
Ook linten, zelfgemaakte rammelaars of sensorische schijven kunnen goed worden gebruikt.
De auteurs van de methode zijn van mening dat hulpmiddelen de beweging niet mogen vertragen. Ze moeten juist betekenis geven aan de uitgevoerde handelingen en mogen daarom niet te zwaar of te groot zijn.

Principes van ritmische gymnastiek
De auteurs hebben de volgende principes opgesteld:
- De oefening moet met plezier worden uitgevoerd
- De motivatie moet geleidelijk worden versterkt (bijv. via dans, improvisatie en spel)
- Ontwikkeling van ritmegevoel en motorische coördinatie is belangrijk
- Nieuwe vormen en soorten beweging moeten worden gezocht
- Ritme en muziek worden gebruikt als prikkels voor beweging
- Hulpmiddelen moeten aantrekkelijk zijn om beweging te stimuleren
- Bewegingsdemonstraties moeten worden afgewisseld met open opdrachten en improvisatie
- Woorden moeten niet overmatig worden gebruikt
- Stereotype oefeningen uit de traditionele gymnastiek moeten worden vermeden

De methode van Kniess wordt ook gekenmerkt door een brede bewegingsuitdrukking. Even belangrijk is de actieve deelname van alle deelnemers. De methode is gebaseerd op positieve motivatie en op het respecteren van het kind als zelfstandig persoon. De groep imiteert de bewegingen van de docent, maar brengt daarnaast ook veel nieuwe en creatieve ideeën in. De methode stimuleert het ontstaan van nieuwe oplossingen en ideeën bij de deelnemers.

